over

missie

com.v.aanbeveling

projecten

uitgelicht

uit de media

links

contact

Jugendstilpui in Arnhemse binnenstad blijft behouden

Na 3 generaties verdween in april 2009 een Arnhems fenomeen, namelijk de delicatessenzaak van Noack in de Vijzelstraat 23. De laatste eigenaar van de hofleverancier besloot het familiebedrijf na 91 jaar te verkopen aan een projectontwikkelaar. Hierdoor dreigde een vertrouwd beeld in de Arnhemse binnenstad verloren te gaan, omdat de nieuwe eigenaar Engelsing Beleggingen het markante Jugendstilpand uit circa 1905 wilde slopen.

Dit winkelpand met bovenwoning is een ontwerp van de bekende Haagse architect Willem Diehl (1876-1959). Na een opleiding aan de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag vertrekt Diehl naar België. Samen met zijn zwager begint het duo in Antwerpen een architectenbureau. Na een kort verblijf in Brussel keert Diehl met zijn Belgische echtgenote terug naar Nederland en vestigt zich in 1902 in Arnhem. Diehl verwerft in ‘het Haagje van het oosten’ vooral bekendheid door zijn Jugendstilcreaties in de Transvaalbuurt; de architect bewoont vanaf 1911 zelf het door hem gebouwde woonhuis aan De la Reijstraat 11.

In januari 2010 roert een actiecomité van verontruste Arnhemmers de trom. Men is van mening dat het karakteristieke voormalige Noack-pand behouden dient te blijven. De buitenparlementaire actie heeft succes. Op 9 februari 2010 neemt de gemeenteraad een motie aan waarin het College van B & W verboden wordt om de pui te slopen. Bovendien bepaalt men dat de Gelderse hoofdstad voortaan een beter rentmeester dient zijn aangaande cultureel erfgoed. Tevens wordt de suggestie gedaan om het oude tegeltableau, momenteel opgeslagen in de bunker Diogenes aan de Koningsweg van het Gelders Archief, weer op te nemen in de bestaande pui.

Met dit wijze besluit toont de Arnhemse gemeenteraad haar eigen verantwoordelijkheid. Een typisch staaltje van Nederlandse Jugendstilarchitectuur is bewaard gebleven voor het nageslacht.

 

 

 

 

 

Voormalige Jugendstilgasbriek Bedum afgebroken

Na 100 jaar is de voormalige gasfabriek van het Groningse plaatsje Bedum voorgoed verleden tijd. Dit unieke stukje cultureel erfgoed  - van dit industriële monument bestaat in Nederland namelijk geen tweede exemplaar – is ondanks inspanningen van verontruste burgers en organisaties ten prooi gevallen aan de slopershamer. De herontwikkeling van de plek aan het Boterdiep werd echter bemoeilijkt omdat de grond en het grondwater ernstig vervuild bleken te zijn. Volgens de Bond Heemschut, een vereniging voor het behoud van cultuurmonumenten, zou dit unieke bouwwerk behouden kunnen blijven voor het nageslacht omdat sloop duurder bleek dan restauratie en hergebruik. Vervolgens werd de gemeenteraad verzocht, mede op basis van een rapport uitgebracht door oud-Bedumer architect Mooij, om tot een heroverweging te komen. Alle inspanningen bleken echter tevergeefs.

Het complex bestond aanvankelijk uit de door architect A. J. Reyers uit Kampen getekende fabriek (1910) en twee gashouders die al in jaren zestig gesloopt werden. De gevels waren opgetrokken in rood/oranje baksteen met gevelbanden in gele baksteen. Een bouwlaag en kapverdieping; twee gebouwen waarvan een kops en een in langpositie. Opvallend Jugendstildetail vormden de boven- en zijlichten in vier toegangsdeuren in de vorm van een hoefijzer.

Het complex was sinds 1985 eigendom van energiebedrijf EDON, een van de fusiepartners van Essent. In maart 2009 verklaarde het grootste energieconcern van Nederland nog dat, na aftrek van belastingen, de winst was toegenomen tot 887 miljoen Euro. De helft van de opbrengst werd aan de aandeelhouders (provincies en gemeenten) uitgekeerd. Het valt te betreuren dat Essent, een bekend sponsor van cultuur (musea), natuur en sport, geen kans gezien heeft om afbraak te voorkomen

Op 28 april 2010 werd het startsein gegeven voor de sanering van het terrein van de voormalige gasfabriek in Bedum. De werkzaamheden voor de bouw van een zorgcomplex konden niet plaatsvinden zonder dat de gasfabriek gesloopt zou worden.

Brand binnenstad Groningen treft Jugendstilpand: een dode

Op 4 februari 2010 is brand uitgebroken in een van de meest karakteristieke Jugendstilpanden in het centrum van de stad Groningen. Een 19-jarige studente verloor bij dit ongeval het leven.

Het onder Monumentenzorg vallende gebouw, gebruikt voor studentenhuisvesting, liep grote water- en brandschade op. Naar verluidt bestaat er een grote kans dat het door architect G. Gisius in 1905 ontworpen winkelpand met bovenwoningen volledig gerestaureerd kan worden. Het opvallende pand Oude Ebbingestraat 49a-51a-53a kenmerkt zich door de in witte verblendsteen opgetrokken symmetrische gevels en de cirkelvormige vensters met trapeziumvormige houten erker. Het middelste pand is uitgevoerd in contrasterende helrode baksteen. Het langwerpige tegeltableau onder de middelste raampartij is eveneens een opvallende detail. Het pand was in 1985 grondig gerestaureerd.

Hotel opent deuren in Jugendstilpand Vlissingen

Op 150 meter van de boulevard en het strand van de Zeeuwse badplaats Vlissingen staat een viertal opmerkelijke Jugendstilpanden. Deze voormalige loodshuizen, villa ‘Louise’, villa ‘Maria, villa ‘Blanche’ en Villa ‘Ivonne’, kregen eind jaren negentig de monumentenstatus.

De gevels van deze door Petrus Smagge (of Smagghe) in 1905 ontworpen huizen waren bestemd voor de Belgische loodsen C. Timmerman, J. Willems, B. Maes en L. Timmerman. De architect vernoemde de villa’s naar de kinderen van de loodsen. In een van de in witte verblendsteen opgetrokken panden met gevelbanden in blauw geglazuurde baksteen aan de Spuistraat is sinds het najaar van 2009 ‘Bed by the sea’ geopend. Het hotel is gevestigd in ‘Villa Louise’ en in het naastgelegen pand ‘Villa Maria’ worden twee luxe appartementen verhuurd voor toeristen en zakenmensen. Het hotel is geclassificeerd als 3 sterren accommodatie.